Als je in het middelbaar nooit een examen met giscorrectie hebt gehad (waarop de kans wel groot is), dan kan dit inderdaad afschrikwekkend zijn.
Het is echter zo dat deze giscorrectie gebruikt wordt omdat er anders kans bestaat dat je teveel gaat gokken en er op goed geluk doorgeraakt.

  • Alle vragen zijn meerkeuzevragen.
    • Voor de redeneerproef is per vraag in 5 antwoordalternatieven voorzien.
    • In alle andere onderdelen (wetenschappen en casus) telt elke vraag 4 antwoordalternatieven.
  • Indien een meerkeuzevraag vier antwoordalternatieven heeft, dan is één ervan het juiste antwoord en de andere drie zijn fout (men noemt ze doorgaans afleiders). Het is dus zo dat er altijd slechts 1 JUIST ANTWOORD is.
  • Het juiste antwoord levert 1 punt op, geen antwoord levert 0 punten op. Een fout antwoord levert bij vier antwoordalternatieven -1/3 punt op (-1 gedeeld door ‘het aantal antwoordalternatieven -1’). Bij vijf antwoordalternatieven levert een fout antwoord -1/4 punt op.
  • Voorbeeld: een kandidaat geeft op de vragen van de stilleestekst 19 juiste antwoorden, 7 foute en laat 4 vragen open.
    Zijn score bedraagt dan 19x1+7x(-0,33)+4x0=16,69.
    Op een totaal van 7 punten behaalt die kandidaat dus (16,69/30)x7= 3,89.

Let op: het aftrekken van 0,33 punt geldt als een sanctie op het gissen. Mocht deze sanctie niet bestaan dan zou de score 19 geweest zijn en het resultaat 4,43. (19/30)*7= 4,43. Dit delen door 30 gebeurt omdat er 30 vragen zijn.



Denk dus goed na vooraleer je beslist al dan niet te gokken.